Als kunstenaar, curator, text designer en docent ontwikkelt Raphaëlle Serres een praktijk die aandachtig is voor de vele aspecten van taal: typografie wordt benaderd als een instrument ten dienste van onderwerpen, objecten, poëtische experimenten en identiteitssystemen. Ze werkt samen met diverse culturele instellingen, vzw’s en kunstscholen. Haar artistieke praktijk omvat een zelfgeïnitieerd experimenteel curatorieel onderzoeksproject, a§s, waarbinnen zij het
Typografie is een van de meest abstracte vormen van communicatie. Glyphen, tekens en schriftssystemen worden opgebouwd uit krachtige symbolen, terwijl ze een fundamenteel vermogen behouden om betekenis te produceren binnen een autonome formele economie. Gedrukte dragers, druksystemen en hun media worden benaderd als een veld van plastische en artistieke experimenten, waarin vakkennis, technieken, toevalligheden, degradaties en gebruiksvormen constitutieve elementen worden van experimentele voorstellen, die zowel een zintuiglijk als gesitueerd begrip van deze meervoudige ruimtes activeren. Deze praktijken kunnen worden begrepen als redactionele praktijken in brede zin: zij omvatten handelingen van ordening, vertaling, vormgeving en reproductie. Vanuit taalsystemen breiden ze zich uit van het monteren van tekens of beelden tot hun ruimtelijke plaatsing, van gedrukte dragers tot tentoonstellingsopstellingen, en functioneren ze als bemiddelingsprocessen—tussen glyphen en dragers, vormen en objecten, gebruik en functies—terwijl ze manieren van in-de-wereld-zijn en samenleven aanspreken.
Deze verschillende dimensies—artistiek, esthetisch, redactioneel, curatorieel en relationeel—worden met elkaar verbonden door een voortdurende aandacht voor taalvormen, hun materialiteit en hun verschijningsvoorwaarden. Tekens, beelden en gedrukte objecten worden beschouwd als eenheden die nieuwe verbanden kunnen produceren door hun onderlinge relaties. Het concept van het meervoud neemt hierin een centrale plaats in. Deze benadering houdt ook een bijzondere aandacht in voor ontvangstcondities, manieren van aanwezigheid en ruimtes van gastvrijheid, terwijl ze een kritische reflectie ontwikkelt op artistieke instellingen, hun werking en de mogelijkheden om alternatieven te produceren die experimenteel en omkeerbaar zijn. Deze veelheid activeert verschillende vormen van zorg: verzamelen, archiveren, ordenen, produceren, tentoonstellen, publiceren, organiseren, delen, ontvangen. Zorgpraktijken doorkruisen al deze handelingen. Tekens, beelden en gedrukte objecten worden opgevat als eenheden die verhalen kunnen vernieuwen door hun relaties, herhalingen en transformaties. Zo manifesteert het meervoud zich in een dynamiek die zowel operationeel als kritisch is.
Deze plastische praktijk is opgebouwd rond momenten van compositie en sculpturale installatie. Ze berust vaak op het opstellen van reeksen objecten die a priori identiek zijn, waarvan de plaatsing op de vloer de ruimte structureert en rastert. Deze ensembles bevragen het begrip van het meervoud—begrepen in termen van herhaling, variatie, circulatie, proliferatie en editie. Het meervoud wordt zowel benaderd als een materiële conditie (verbonden met druk- en reproductielogica’s) als een instrument om waarderegimes, zichtbaarheid en circulatie van objecten te bevragen. Rechtstreeks op de vloer geplaatst, creëren deze elementen vormen van opstapeling die bewegingen beperken, circulatie verstoren en de perceptie complexer maken. Ze benadrukken een fysieke relatie tot de tentoonstellingsruimte, waarin herhaling zowel landschap als proces wordt.
Deze logica ontwikkelt zich in nauwe relatie tot tweedimensionale voorstellen, meestal op papier en aan de muur gepresenteerd in kaders. Deze nemen de vorm aan van assemblages of collages gemaakt uit verzamelde elementen, grotendeels afkomstig uit recyclage- of tweedehands circuits. Herordend volgens principes ontleend aan of afgeleid van typografie—glyphen, symbolen, lijnen, rasters, ritmes, massa’s, grijzen, schaalverhoudingen—verlengen en verplaatsen deze composities de inzet van het meervoud naar andere contexten. De articulatie tussen deze twee regimes—vloerinstallaties en wandcomposities—maakt het mogelijk verschillende narratieve potenties te coördineren. De vermenigvuldigde objecten activeren seriële en ruimtelijke logica’s, terwijl de papieren composities andere lees- en interpretatieprincipes in gang zetten. Samen vormen zij tekensystemen waarin structuren afkomstig uit taal verschuiven naar tactiele, zintuiglijke en concrete dimensies, en complexe narratieve vormen produceren via relaties, variaties en interpolaties.
De tentoonstelling zet een trage transformatie van het gedrukte materiaal in gang. De reeks benadrukt deze effecten tot in de principes van de tentoonstelling zelf. Onthullen betekent hier blootstellen aan het risico van verandering: wat zichtbaar is, is ook wat verzwakt of verdwijnt. Omgekeerd ontsnapt wat beschermd is aan slijtage—én aan de blik. Deze werken begeleiden degradatie eerder dan ze te beheersen. Ze beschouwen verlies, verkleuring en instabiliteit als bestanddelen van vorm. De zon fungeert als een transformatieve kracht die een tijdelijkheid in het beeld inschrijft, gevormd door haar eigen slijtage. Via dit proces onthult sun-kissed materie zoals ze is: fragiel, instabiel, doorkruist door processen van verandering die hier als plastische handelingen worden begrepen. Het gaat erom deze transformaties te begeleiden—en de paradoxale ambitie te verheffen om het efemere te bestendigen.
talking dolls is een onderzoeksproject gewijd aan pratende poppen, objecten waaraan een vorm van leven wordt toegeschreven en waarin taal een vorm van aanwezigheid verleent. Op het kruispunt van fictie en werkelijkheid maken deze figuren het mogelijk relaties tussen taal, antropomorfisme en projectie te onderzoeken. Het project steunt op een geheel van verhalen, objecten en figuren—poppen, marionetten, humanoïde robots, artificiële intelligenties, interactieve wezens of avatars—waarin vormen van hechting en leven opnieuw worden opgevoerd. Deze objecten een stem geven betekent hen handelingsvermogen toekennen, hun agency erkennen, terwijl tegelijk systemen van afhankelijkheid en controle zichtbaar worden. Deze figuren tonen ook ambivalente vormen van zorg: ontworpen om te begeleiden, ondersteunen, vermaken of vervangen, belichamen ze zorgende gebaren terwijl ze tegelijkertijd machtsverhoudingen, fantasieën en instrumentalisering blootleggen. Ze verschijnen als aanwezigheid die zowel actief als beperkt is, gevangen in scenario’s waarin gastvrijheid, verlangen en fictie samenvloeien. Via dit onderzoek wordt de pratende pop een instrument om de relatie tussen taal en macht te analyseren: wie spreekt, via wie, en onder welke voorwaarden. Het onthult vormen van aanspreking en luisteren waarin taal functioneert als een relationeel apparaat dat hechting, overtuigingen en identificaties kan voortbrengen. talking dolls stelt zo voor deze objecten te beschouwen als projectieoppervlakken waarop verhalen, verlangens en relationele modellen worden herhaald, tussen aanwezigheid en simulatie.
Cradled in a shell, a grain of sand becomes a pearl baseert zich op zijn eigen formulering als compositieprincipe. Geïnspireerd door het discrete maar krachtige proces van parelvorming—waarbij een vreemd element, geborgen in een schelp, geleidelijk wordt omhuld door parelmoer—onderzoekt de tentoonstelling fenomenen van transformatie, bescherming, crisis of chrysalis. De parel wordt tegelijk benaderd als vorm, teken en proces: punt, cirkel, bol—ze wordt een eenheid die betekenis produceert via herhaling, variatie en verplaatsing. Een reeks objecten op de vloer—sculpturen, assemblages, verzamelde elementen—verwijst naar verschillende variaties rond dit motief, van een regelmatige ronde vorm tot organische barokparels of schelpen. Gedeeltelijk afkomstig uit een intieme sfeer, vormen deze objecten een vertrouwde en omhullende omgeving met een sterke tactiele dimensie. Ze zijn manipuleerbaar en activeren een zintuiglijke ervaring waarin aanraking het kijken verlengt. Onder hen bevindt zich een net van meer dan 70.000 glazen kralen, zorgvuldig met de hand geweven, dat een zeer uitgestrekte temporaliteit introduceert. De herhaling van het object en van het gebaar laat een dichte vorm ontstaan uit een eenvoudig en seriëel element.
De articulatie tussen deze objecten en hun ruimtelijke opstelling vormt een relatiesysteem waarin de parel, als motief, zich achtereenvolgens ontvouwt als index, materiaal en vervolgens als methode of reflectie op de manieren waarop vormen worden opgebouwd, circuleren en betekenis produceren. De tentoonstelling stelt zo voor een ruimte te bewonen waarin objecten, gebaren en tekens elkaar omhullen en aanleiding geven tot zowel zintuiglijke als narratieve proposities—vormen die, zoals de parel, in de tijd aangroeien, in lagen, in contact met wat hen doorkruist.
Mijn artistieke praktijk omvat een geheel van rollen waarin plastische, curatoriële, experimentele, pedagogische, technische en relationele dimensies samenkomen. Deze pluraliteit brengt verschillende vormen van aandacht en zorg met zich mee, afhankelijk van de context: kunstenaar, curator, text designer en docent, waar persoonlijke producties, tentoonstellingspraktijken, publicaties, pedagogie en gastvrijheid elkaar kruisen. Deze veelheid weerspiegelt een structurele conditie die voortdurende aanpassingen vereist; zij vormt tegelijk een kader en een observatieterrein waarin praktijken van zorg, aandacht en gastvrijheid een centrale rol spelen.
Het project a§s is een belangrijk onderzoeks- en experimenteerplatform. a§s is een instrument voor esthetische, filosofische, politieke en poëtische experimenten. Elke tweede woensdag van de maand nodigt a§s sprekers, kunstenaars en onderzoekers uit om een verlangen te verwezenlijken dat zij kunnen uitwerken in een openbaar gemaakt voorstel. Dit zelf geïnitieerde project, dat bestaat uit meerdere samenwerkingen, is een ruimte om elkaar te ontmoeten, zichzelf uit te vinden en elkaar te herkennen. Deze curatoriële praktijk wordt gezien als een zowel artistieke als relationele geste, gebaseerd op gastvrijheid. Ze bestaat erin de voorwaarden te scheppen voor het ontstaan van voorstellen, rekening houdend met hun affectieve, intuïtieve en gesitueerde dimensies. Het project introduceert zo een onderzoeksas rond verlangen als een dynamiek die begeleid moet worden. Deze houding krijgt vorm in een aandacht voor aanwezigheid, beschikbaarheid en luisteren, en vindt weerklank in de figuur van de gastvrouw—een discrete maar structurerende aanwezigheid die ondersteunt zonder op te leggen. Deze rol, zowel relationeel als politiek, creëert een ruimte waarin expressie zich vrij kan ontvouwen, binnen een economie die ervaring boven formalisering stelt. Al deze mensen verenigen zich in het bevestigen van een vrije expressie, in een oefening die de wereld kan weerspiegelen, uitdrukken, schetsen, verbeelden—of confronteren; en door deze handeling wordt het mogelijk een moment ervan te vatten, waardoor die wereld zich zachtjes kan uitbreiden. De tentoonstelling wordt dan slechts een moment van belichting—niet meer en niet minder dan het zichtbaar worden van een intuïtie, een verlangen dat krachtig genoeg is om tot bloei te komen.
Het a§s-project heeft mij in staat gesteld om, als curator (evenals auteur en artistiek directeur), samen te werken met talrijke kunstenaars rond hun projecten, waaronder Naomi Gilon, Rêver d’ombre et de lumière ; Matthieu Michaut, Feu au lac ; Cécile Barraud de Lagerie & Pauline Rivière, Violet ABC ; François Patoue, ART TABAC ; Morgane Le Ferec, Boueuses ; Tommy Lecot, Bienvenue! Welkom! ; Mia Brena-Minetti, Allô! ; 1ND3X, Audimat ; Corey Bartle-Sanderson, Carriers ; Naoki Karathanassis, Out of Mind ; Pauline van der Ghinst, Sometimes we just have to accept it as God's will ; Elias Sanhaji, 96-06-26 ; Léo Grégoire, Everytime you blink you feel it change ; Mia Brena Minetti & Lieven Dousselaere, Allô!—Acte 2 ; Inès Guffroy, Exposition de tableaux à vendre ; en vele anderen. Volledig zelfgeïnitieerd en zonder budget berust dit project uitsluitend op het verlangen om te creëren van degenen die eraan deelnemen. Ik neem dan ook alle rollen op mij: van curatie tot artistieke leiding, inclusief productie, communicatie, grafisch ontwerp, schrijven, documentatie en fotografie, evenals archivering. Het volledige project en alle archieven die voortkomen uit deze ontmoetingen en voorstellen zijn samengebracht op de website www.a-s-s-s.com.
Ik wil deze gelegenheid aangrijpen om alle mensen te bedanken die dit project, van dichtbij of van veraf, hebben ontmoet. In het bijzonder dank ik Éléonore Bonello, die de coördinatie met spasss verzorgt, de plek die het project huisvest, en die Renaud Backelandt ondersteunt met haar waardevolle en onwankelbare steun. Beiden hebben mij ook de mogelijkheid geboden om mij breder in te zetten binnen de vzw, als curator en artistiek directeur—samen laten we een platform voor artistieke en culturele experimenten leven, gewijd aan hedendaagse creatie in Brussel.
Het a§s-project heeft ook geleid tot de ontwikkeling van het
SIGNS—FICTION is een solotentoonstelling die een dispositief voorstelt waarin een vloerinstallatie wordt gecombineerd met een geheel van tweedimensionale werken samengesteld uit gedrukte objecten. Dit dispositief activeert een tekensysteem dat wordt opgevat als motieven, interpuncties en markeringen verspreid in de ruimte. Op de vloer wordt een reeks smeedijzeren trekstangen volgens een regelmatig raster geordend, wat de ruimte structureert en de circulatie stuurt. Dit raster creëert een landschap van tekens dat de tentoonstellingsruimte organiseert en afbakent. Het project focust op een hybride motief, tussen kruis en ster *̟+x†Xx×, dat in verschillende vormen verschijnt—objecten, collages, drukwerken. Dit teken circuleert tussen verschillende registers: typografische symbolen, technische drukmerken, wiskundige tekens of volkse elementen, en genereert een spel van verschuivingen en associaties. De collages zetten deze logica’s voort met behulp van gedrukte en verzamelde elementen, en maken gebruik van narratieve principes van assemblage en montage. Een gedrukt object begeleidt de tentoonstelling en brengt tekstuele en visuele fragmenten samen uit diverse contexten. Door juxtapositie verlengen deze de compositie en activeren ze nieuwe relaties tussen tekens en verhalen. Het geheel vormt een ruimte die gestructureerd wordt door herhaling en relaties tussen motieven, waarin tekens actieve elementen van compositie en lezing worden.
De solotentoonstelling SANDBOX, gepresenteerd door SB34 in The Pool (2024, Brussel), vormt een kristallisatie van deze onderzoeken. De tentoonstelling vertrekt van een door ons geschreven gedicht—“Er bestaan woestijnen, dor en brandend, in zandbakken”—en de installatie articuleert drie werkmomenten en dus drie architecturale principes: een fase van studie, een fase van constructie en een fase van ruïne. Deze momenten volgen elkaar niet op, maar bestaan gelijktijdig als mogelijke toestanden van dezelfde materie. De tentoonstellingsruimte wordt opgevat als een experimenteel veld waarin sculpturen verschillende werkhoudingen belichamen. De ruïnezone, artificieel van aard, bestaat onder meer uit uitvergrote King-muntsnoepjes (of gips).
Ons duo ontwikkelt ook surface*contact, een zelfgeproduceerd periodiek tijdschrift; dit redactionele project vormt een ruimte voor poëtische experimenten rond een gevouwen drukwerk. Samen tekenden we ook voor de visuele identiteit van SB34, de artistieke en redactionele leiding van het boek Through the Valley of the Nest of Spiders van Simon Asencio & Pauline Hatzigeorgiou, de huisstijl van het project Toujours, de tentoonstelling Changement de propriétaire (Barbara Club, 2021), evenals de werken Système sommaire (2023), Torquatus (2021), La mariée (2025), ter gelegenheid van de tentoonstelling Piccalilli Fundraiser (Piccalilli, London, England, 2022), Â vue d’œil mieux vaut tendre l’oreille (*Duuu Radio, Gennevilliers, France, 2021), Toujours (Pal Project, Paris, France, 2020), Sweethearts (Barbara Club, web, 2020), Tchao Paulo (StudioLiedts, Bruxelles, Belgique, 2019), Schismes (Kanal – Centre Pompidou, Bruxelles, Belgique, 2019), It’s not too late to seek a newer world, you know... (Shipment, London—UK, 2019) en de lezing Visiting the Studio—Who is in?, Beursschouwburg (2023). Al deze ervaringen binnen het duo Raphaël Matieu vormen zo een leerveld waar geleidelijk aan formele, conceptuele en relationele instrumenten zijn ontwikkeld. Ze leggen de basis voor een verdere praktijk die de relaties tussen taal, ruimte, publicatie en tentoonstelling zal blijven verkennen, met voortdurende aandacht voor de vormen van transformatie, herhaling en herconfiguratie van tekensystemen.
Afgestudeerd met een master in typografie ontvouwt mijn grafische praktijk zich binnen het veld van redactioneel ontwerp en hedendaagse typografie, en vormt zij zowel een technische als conceptuele basis. Ze wordt gekenmerkt door een voortdurende aandacht voor tekstvormen als visueel, structureel en relationeel materiaal, waarvan de verschijningsmodaliteiten de circulatie en het gebruik bepalen. Hoewel deze praktijk lange tijd werd gedragen door het ontwerpen van identiteitssystemen, lettertypes en boeken, heeft ze zich geleidelijk buiten het design verplaatst om zich te verankeren in plastische en artistieke praktijken.
Deze praktijk manifesteert zich voornamelijk in opdrachtcontexten en samenwerkingen, als freelance artistiek directeur en text designer, of—zoals het geval was tussen 2021 en 2024—binnen het ontwerpatelier La Villa Hermosa naast Ayoh Kré Duchâtelet, Lionel Maes en Thy Nguyên Truong Minh. Ze krijgt vorm via visuele identiteitssystemen, redactionele projecten, boekontwerp, institutionele dragers en communicatiesystemen voor culturele en artistieke structuren zoals Atelier 210, la Biennale de Lubumbashi, BNA-BBOT, Design Museum Brussels, FOMU Antwerp, Kunstenfestivaldesarts (2022—2024), Re-connect Project (TU Berlin), Revue Sika, alsook voor kunstenaars en onderzoekers zoals Sasha Huber (You Name It, book design), Sammy Baloji (The King's Order to Dance, text design) of Sandrine Collard (Recaptioning Congo, book design—door de New York Times geprezen als een van de beste kunstboeken van 2022).
Doorheen dit veld van tekens, en aan de oorsprong van al deze experimenten, ligt een aandacht voor ruimtes van leegte, wit en marges, opgevat als actieve krachten in compositie. Zoals in Ikebana, de Japanse kunst van bloemschikken, waar het gaat om het componeren met de leegte via relaties tussen vormen en intervallen. Leegte fungeert als een volwaardige materie. Ze is geen afwezigheid, maar een verschijningsvoorwaarde: datgene waardoor vormen zich aftekenen, leesbaar worden en in relatie treden. Ze organiseert en onthult tegelijk, als een actief oppervlak waarop ritmes, hiërarchieën en leeswijzen worden opgebouwd. Vormen denken impliceert hun tegenvormen als constitutief te beschouwen. Witruimtes zijn noch neutraal, noch afwezig; ze functioneren als een perceptuele materie die intensiteiten moduleert, lezingen structureert en relaties tussen tekens mogelijk maakt. Leegte en volheid worden zo onlosmakelijke categorieën binnen één en hetzelfde verschijningssysteem. Leegte verschijnt als een ruimte doorkruist door spanningen en ordeningen. Ze is datgene waarin vormen ontstaan, maar ook wat hen voortdurend verandert en herconfigureert. De esthetische ervaring speelt zich precies af in deze relatie: zij is niet enkel de perceptie van vormen, maar de ervaring van de intervallen die hen mogelijk maken. Het subject neemt hierin een actieve positie in, als instantie van lezing en projectie.
Deze kwesties komen bijzonder sterk samen in typografische systemen. Typografie beperkt zich niet tot het organiseren van tekens: zij structureert leegte om betekenis te produceren. Tegenvormen, spatiëring, kerning, letterafstanden, marges, binnenruimtes en compositorische ritmes dragen evenzeer bij aan de constructie van betekenis als de vormen zelf. Een glyph tekenen betekent relaties organiseren tussen volvormen en tegenvormen, waarin leegte een structurele rol speelt—en evenzeer ontworpen wordt. Typografie wordt opgebouwd uit haar stiltes—stilte misschien als enige gemeenschappelijke eenheid van alle vormen van taal—waarbij witruimtes een primair materiaal vormen waaromheen al het andere zich organiseert. Deze logica’s strekken zich uit tot tentoonstellingsruimtes, die spelen met deze voorwaarden van zichtbaarheid en relatie tussen objecten, subjecten en ruimtes. De dispositieven van de White Cube, vaak ten onrechte als neutraal voorgesteld, functioneren in werkelijkheid als actieve matrices van perceptie, werkend via contrasten. Leegte wordt een oppervlak van inschrijving dat relaties conditioneert en mogelijk maakt. Componeren betekent relaties organiseren binnen een ruimte die reeds door leegte is gestructureerd. In deze verwevenheid speelt zich de mogelijkheid van ervaring zelf af.
Is een vorm dan niet alles wat door de leegte wordt opgeroepen?
© Raphaëlle Serres (text-symbol·s)™, 2026 ®. Alle rechten voorbehouden*.
De lopende tekst is gezet in EB Garamond.